The powerful garden

1.100 km², hetzij 8,2 % van de oppervlakte van Vlaanderen – veel meer dan in Nederland - wordt in beslag genomen door tuinen. Vergelijk dit met de vlaamse bebossingsindex (10 %), en je krijgt meteen een idee van het ecologisch potentieel van tuinen. Toch blijven stadsgroen en tuinen meestal ver onder de radar van wetenschappers, stedebouwkundigen en politici. De initiatiefnemers/redacteurs van dit boek, drie medewerkers aan de Leuvense universiteit, wilden daar iets aan doen. Daartoe hebben ze nog 21 auteurs aangezocht om de verschillende hoofdstukken te schrijven. Sommige van die bijdragen zijn zeer interessant.
Zo beschrijft P. De Decker hoe het ruimteverslindende Belgische huisvestingsmodel ontstaan is als reactie op de sociale wantoestanden ingevolge de 19de-eeuwse industrialisatie. Y. Segers & al. hebben het over het ontstaan en de evolutie van de volkstuinen. K. Bomans & al. trachtten een schatting te maken van het ruimtelijk en socio-economisch belang van de tuin in Vlaanderen. Volgens T. Verbeeck & al. is de in de 18de eeuw begonnen en nog steeds voortdurende vertuining van het landelijk gebied gekoppeld aan de toegenomen individualisering. K. Verbeeck maakte een schatting van de mate van verharding in publieke en private open ruimte. B. Bunce stelde vuistregels op ter bepaling van wat urbaan is en wat ruraal ; de aanwezigheid van moestuinen vindt hij een belangrijk criterium. E. Rombout formuleerde een aantal op ecologische inzichten gestoelde vuistregels voor stedelijke planning, vooral dan voor de publieke ruimte. M. Hermy & al. leggen relaties tussen oppervlakte van tuinen en de aanwezige (grotendeels horticulturele) diversiteit. A. Elsen & al. bekeken de resultaten van 60 jaar tuinbodemonderzoek door de Bodemkundige Dienst van België en kwamen tot het voor de hand liggende besluit dat de meeste tuinen in Vlaanderen overbemest zijn. V. Dewaelheyns & al. betrokken daar ook het pesticidengebruik bij, en de mate waarin tuinafval wordt gerecycleerd (dat laatste bleek nogal mee te vallen). J. Roe & al. tenslotte hebben het over de impact van stadstuinen en straatbomen op het welzijn.
Hoewel maar 3 van de 24 auteurs niet het Nederlands als moedertaal hebben is het boek toch helemaal in het Engels. Dat wijst al op enige ambitie om een internationaal standaardwerk neer te zetten. Het is een typisch academisch product. Men wil duidelijk niet de individuele tuinier aanspreken, maar wel de hierboven reeds genoemde doelgroepen. Drukkingsgroepen, netwerken en verenigingen die zich al jarenlang metterdaad inzetten voor meer natuur in de tuin (Oase, Natuurpunt, Velt) worden er zelfs nergens in vernoemd. Het uitstekende en veel leesbaardere « Leven in de stad – Betekenis en toepassing van natuur in de stedelijke omgeving » (J. van Zoest & M. Melchers 2006) heb ik nergens in de nochtans uitgebreide bibliografie teruggevonden. Niettemin is het verheugend dat de academische wereld zich eindelijk bewust wordt van het belang van tuinen. We kunnen alleen maar hopen dat hier een vervolg aan komt, en dat dan ook aandacht zal besteed worden aan de verzuchtingen en motieven van de individuele tuingebruikers, als krachtige hefbomen voor verandering.


V. Dewaelheyns, K. Bomans & H. Gulinck (Eds.)
The powerful garden. Emerging views on the garden complex

ISBN: 9789044127331
Aantal Pagina's: 237
Prijs: € 39,00
Uitgever: Garant Uitgevers nv